Artikel

HIS voor een zorggroep: samenwerken als niet iedereen hetzelfde systeem gebruikt

Veel huisartsenpraktijken maken deel uit van een zorggroep. Samen organiseren ze ketenzorg, delen ze protocollen en stemmen ze processen op elkaar af. Juist daarom is het overstappen naar een nieuw HIS voor praktijken binnen een zorggroep vaak een spannender besluit dan voor een solopraktijk. Want wat gebeurt er met die samenwerking als niet alle praktijken binnen de zorggroep hetzelfde systeem gebruiken?

In dit artikel leggen we uit hoe gegevensuitwisseling binnen een zorggroep werkt, waar je op moet letten als je overweegt over te stappen terwijl andere praktijken blijven zitten waar ze zitten, en wat dit in de praktijk betekent.

Waarom deze vraag zo vaak terugkomt

Een zorggroep bestaat per definitie uit meerdere, zelfstandige praktijken die ervoor kiezen om samen te werken. Die samenwerking draait vooral om ketenzorgprogramma's, zoals voor diabetes of COPD, gezamenlijke kwaliteitsafspraken en het delen van cijfers richting zorgverzekeraars. Niet om het gebruik van exact hetzelfde HIS.

Toch leeft bij veel huisartsen de aanname dat iedereen binnen de zorggroep wel hetzelfde systeem móét gebruiken, omdat anders de samenwerking vastloopt. Die aanname klopt niet, maar is wel begrijpelijk. HIS-systemen werden vroeger minder gebouwd met open uitwisseling in gedachten, waardoor een overstap in de praktijk inderdaad wel eens frictie gaf. Inmiddels is dat beeld sterk verouderd.

Hoe gegevensuitwisseling binnen een zorggroep werkt

Gegevens tussen huisartsenpraktijken, en tussen een praktijk en een ketenzorgorganisatie, lopen niet rechtstreeks van het ene HIS naar het andere. Ze verlopen via gestandaardiseerde koppelingen en protocollen, waaronder:

Het Landelijk Schakelpunt (LSP). Via het LSP kunnen waarnemend huisartsen, de huisartsenpost en andere zorgverleners relevante dossiergegevens inzien, ongeacht welk HIS de eigen praktijk gebruikt. Dit systeem is juist ontworpen om onafhankelijk te zijn van het specifieke HIS dat een praktijk gebruikt.

Ketenzorgsystemen (KIS). Zorggroepen gebruiken doorgaans een apart ketenzorginformatiesysteem waarin praktijken hun ketenzorgdata aanleveren. Een HIS koppelt met dit KIS via een standaardbericht, onafhankelijk van welk HIS daarachter zit. Zolang het nieuwe HIS deze koppeling ondersteunt, verandert er voor de zorggroep in de praktijk weinig.

Verwijzingen en berichtenverkeer. Verwijsbrieven, labuitslagen en correspondentie tussen zorgverleners lopen via landelijke standaarden zoals ZorgDomein en Edifact, niet via een directe koppeling tussen twee specifieke HIS-systemen.

Het gevolg: een praktijk die overstapt naar een ander HIS, blijft via deze standaarden gewoon bereikbaar en uitwisselbaar voor de rest van de zorggroep.

Waar je wél op moet letten

Hoewel de kernuitwisseling via landelijke standaarden loopt, zijn er praktische punten die de samenwerking soepeler of juist stroever kunnen maken:

Ondersteunt het nieuwe HIS de ketenzorgkoppeling die jouw zorggroep gebruikt? Niet elk systeem ondersteunt elk KIS even volledig. Vraag dit expliciet na bij een leverancier voordat je overstapt.

Hoe verloopt onderlinge waarneming binnen de zorggroep? Als praktijken elkaar regelmatig waarnemen, is het prettig als waarnemers snel kunnen inloggen en werken, ook als het niet hun eigen dagelijkse systeem is. Een overzichtelijk, snel te leren systeem helpt hierbij, voor zowel de eigen praktijk als voor waarnemers van buiten.

Blijft lokaal overleg mogelijk? Veel zorggroepen organiseren intervisie of overleg waarbij praktijkmanagers of huisartsen cijfers of casuïstiek met elkaar bespreken. Dat overleg verandert niet door een andere systeemkeuze van één praktijk, zolang de onderliggende data gewoon wordt aangeleverd aan het KIS.

Communiceer de overstap tijdig binnen de zorggroep. Dit is meer een organisatorisch dan een technisch punt, maar wel een belangrijk: laat collega-praktijken weten dat je overstapt en vanaf wanneer, zodat zij niet voor verrassingen komen te staan tijdens de overgangsperiode.

Wat dit betekent voor de keuzevrijheid van een praktijk

Het belangrijkste inzicht is dit: het lidmaatschap van een zorggroep hoeft geen reden te zijn om vast te blijven zitten aan een HIS dat niet meer bij je praktijk past. Samenwerking binnen een zorggroep draait om afspraken, protocollen en gedeelde doelen, niet om identieke software. Zolang de juiste koppelingen aanwezig zijn, kunnen praktijken binnen dezelfde zorggroep prima met verschillende systemen werken.

Bij MediKIT komt deze vraag regelmatig terug bij praktijken die overwegen over te stappen terwijl de rest van hun zorggroep nog bij een ander systeem zit. Wanneer een praktijk overstapt naar MediKIT en de zorggroep niet, hoeft dit de samenwerking niet in gevaar te brengen: de benodigde koppelingen met ketenzorgsystemen en het Landelijk Schakelpunt blijven gewoon intact.

Twijfel je of jouw specifieke zorggroep-koppeling ondersteund wordt? Neem dan contact op of vraag een demo aan.

‍

Vraag een demo aan

Zelf ontdekken hoe MediKIT werkt en welke specifieke zorggroep-koppeling ondersteund wordt? We nemen je graag mee in de mogelijkheden.

Demo aanvragen